Pannacotta is Italiaans voor ‘gekookte room’. Het gerecht is dus heel recht door zee en zelfs een beetje saai. Daarom is het goed er een saus of coulis bij te serveren, bijvoorbeeld een mangosaus.
Eerst de pannacotta zelf. Voor vier personen gebruik je 0,5 l slagroom, 120 g kristalsuiker en 3 blaadjes gelatine. Kook de slagroom met de suiker in een steelpannetje. Laat tien minuten doorkoken en haal van het vuur.
Laat ondertussen de gelatine weken in een kommetje koud water. Hierdoor wordt de gelatine zacht maar lost ze niet op (gelatine lost langzaam op in lauw water en lost snel op in water van 40 graden ). Haal de gelatine uit het kommetje water en knijp even uit. Doe de gelatine bij de room. Je ziet dat de gelatine direct oplost. Roer het nog even goed door zodanig dat de gelatine geheel is opgelost.
Schenk nu uit in bakjes en laat circa 2 uur in de koelkast staan. De pannacotta zelf is nu klaar.
Door een mango te pureren en even warm te maken in een pannetje maak je een simpele, snelle saus voor over de pannacotta.